Box 3: Vermogensbelasting
Belasting op je vermogen (spaargeld, beleggingen, schulden)
Heffingsvrij vermogen
Iedereen mag een bepaald bedrag aan vermogen bezitten zonder daarover belasting te betalen.
- Alleenstaand: € 59.357
- Met fiscaal partner: € 118.714
Pas als je vermogen (bezittingen minus schulden) boven deze grens uitkomt, betaal je box 3-belasting.
Bron: Belastingdienst: Box 3
Forfaitair rendement
De Belastingdienst gaat uit van een fictief rendement op je vermogen, ongeacht wat je echt verdient.
| Type | Forfait |
|---|---|
| Spaargeld (bank) | 1,28% |
| Beleggingen (VWCE) | 6,00% |
| Schulden (aftrek) | 2,70% |
Je betaalt belasting alsof je spaargeld 1,28% opbrengt en je beleggingen 6%, ook als het in werkelijkheid meer of minder is.
Schuld als aftrekpost
Een DUO-studieschuld verlaagt je belastbare vermogen in box 3. Maar er geldt een drempel:
- Alleenstaand: eerste € 3.800 telt niet mee
- Met partner: eerste € 7.600 telt niet mee
Dit is waarom het soms voordeliger is om je DUO-schuld te behouden: het drukt je vermogen onder het heffingsvrij vermogen.
Berekening in 6 stappen
- Aftrekbare schuld = max(0, bruto schuld − drempel)
- Rendement bezittingen = (spaargeld × 1,28%) + (beleggingen × 6,00%)
- Rendement schulden = aftrekbare schuld × 2,70%
- Belastbaar rendement = rendement bezittingen − rendement schulden
- Grondslag = max(0, (bezittingen − aftrekbare schuld) − heffingsvrij vermogen)
- Belasting = belastbaar rendement × (grondslag / rendementsgrondslag) × 36%
Tegenbewijsregeling
Als je werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, betaal je belasting over het werkelijke bedrag. Dit geldt tot de stelselwijziging.
In de tool: als VWCE-rendement + spaarrente − DUO-rente lager uitvalt dan het forfait, wordt de belasting naar beneden bijgesteld.
Stelselwijziging 2028
Vanaf (verwacht) 2028 schakelt box 3 over van forfaitair naar werkelijk rendement. Dan betaal je belasting over wat je echt verdient.
In de tool is het wijzigingsjaar instelbaar (standaard 2028).
DUO: Studieschuld
Terugbetalingsregels voor je studieschuld
Stelsels: SF35, SF15, SF15-lllk
| Stelsel | Looptijd | Wie |
|---|---|---|
| SF35 | 35 jaar | Leenstelsel (vanaf sept 2015) |
| SF15 | 15 jaar | Oud stelsel (voor sept 2015) |
| SF15-lllk | 15 jaar | Levenlanglerenkrediet |
Bron: DUO: Terugbetalen
Aanloopfase
Na je afstuderen heb je 2 jaar waarin je niets hoeft te betalen. De rente cumuleert wel, je schuld groeit.
Voorbeeld: €70.000 met 3% rente → na 2 jaar: €74.263.
Draagkracht
DUO berekent hoeveel je maximaal per maand kunt betalen op basis van je inkomen:
max(0, inkomen − vrijstelling) × draagkracht% ÷ 12
| SF35 | SF15 | |
|---|---|---|
| Vrijstelling alleenstaand | € 26.819 | € 22.528 |
| Vrijstelling partner/ouder | € 38.352 | € 32.183 |
| Draagkracht-percentage | 4% | 12% |
Wettelijk maandbedrag
Het bedrag waarmee je de schuld precies aflost binnen de resterende looptijd. Dit is een annuiteit:
schuld × maandrente ÷ (1 − (1 + maandrente)^(−maanden))
Feitelijk maandbedrag
Wat je daadwerkelijk betaalt is het laagste van draagkracht en wettelijk:
feitelijk = min(draagkracht, wettelijk)
Als je draagkracht lager is, los je minder af dan nodig. Het verschil wordt aan het einde kwijtgescholden.
Peiljaar
DUO gebruikt je inkomen van 2 jaar geleden. In 2026 kijken ze naar je inkomen uit 2024.
In de tool voer je het peiljaar-inkomen direct in. De inkomensgroei wordt daarop toegepast voor toekomstige jaren.
Rente-schema
DUO-rente wordt elke 5 jaar opnieuw vastgesteld. In de tool stel je drie periodes in: huidige rente, nieuwe rente na wijziging, en een aanname daarna.
Bron: DUO: Rente
Kwijtschelding
Na afloop van je aflosfase wordt de resterende schuld kwijtgescholden. Dit gebeurt alleen als je draagkracht lager was dan het wettelijk maandbedrag. Anders is de schuld al afgelost.
Belasting op kwijtschelding
Kwijtschelding telt fiscaal als inkomen in box 1. Het kwijtgescholden bedrag wordt opgeteld bij je bruto inkomen in dat jaar.
In de tool modelleren we dit als een vast percentage (standaard 40%) over het kwijtgescholden bedrag. Dit is instelbaar.
Voorbeeld: €36.000 kwijtgescholden × 40% = €14.400 belasting.
Let op: er zijn politieke discussies over een mogelijke vrijstelling voor de leenstelsel-generatie, maar dit is per 2026 niet wettelijk geregeld.
Beleggen: VWCE
Het beleggingsmodel in de tool
Wat is VWCE?
VWCE (Vanguard FTSE All-World) is een breed gespreid, accumulerend indexfonds dat de wereldwijde aandelenmarkt volgt. De tool gebruikt het als representatief voor passief beleggen.
Rendement-aanname
Historisch gemiddeld rendement van de wereldwijde aandelenmarkt: circa 7-8% nominaal per jaar over 30+ jaar. De tool gebruikt standaard 6,5% als conservatieve schatting. Dit is instelbaar.
Belangrijk: dit is een gemiddelde. In werkelijkheid fluctueert het rendement sterk per jaar.
Groeimodel
De tool simuleert VWCE-groei per jaar:
nieuwe_waarde = (waarde + maandelijkse_inleg × 12) × (1 + rendement)
Dit is een vereenvoudiging: in werkelijkheid beleg je maandelijks, waardoor latere inleg minder lang rendeert.
Overig
Nominaal vs reëel
Standaard toont de tool nominale bedragen. Door inflatie is geld in de toekomst minder waard.
reëel = nominaal ÷ (1 + inflatie)^jaren
Bij 2% inflatie is €200.000 over 35 jaar circa €100.000 in koopkracht van vandaag.
Aannames & beperkingen
- Jaarsimulatie: de tool rekent in jaarstappen, niet maandelijks. VWCE-koersen bewegen dagelijks en DUO int maandelijks; de tool middelt dit.
- Betaling uit salaris: standaard worden DUO-maandbedragen en box 3-belasting uit je salaris betaald, niet uit je vermogen. Dit is instelbaar.
- Vast rendement: VWCE groeit elk jaar met hetzelfde percentage. In werkelijkheid varieert dit sterk (sommige jaren +25%, andere −30%).
- Geen huiskoop: de tool houdt geen rekening met een koopwoning (box 1-effect).
- Parameters zijn momentopnames: box 3-forfaits en DUO-vrijstellingen wijzigen jaarlijks. De tool gebruikt de waarden van 2026.